1 Inleiding

De student leert in deze les  het theologische verschil tussen Sunnah en Shia door Shia‑bronnen zelf te lezen, zodat hij begrijpt waarom Ahl al‑Sunnah deze opvattingen verwerpt en waarom kennis hierover noodzakelijk is voor de bescherming van het eigen geloof.

2 Iraanse Shia‑invloed op de soennitische gemeenschap

De soenniet moslims zijn tegenwoordig doelwit geworden van Iraanse religieuze beïnvloeding. Dit artikel is bedoeld om u als soenniet — de enige stroming en volgeling die behoort aan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ — te waarschuwen voor de theologische misleiding afkomstig uit de Shia‑leer (ook wel als Shia geschreven). Door het lezen van Shia‑literatuur concluderen sommige onwetende soennieten dat Ayatollah Khomeini een grote leider was van het moderne islamitische tijdperk, die de verdeeldheid tussen soennieten en Shia’s binnen de islamitische gemeenschap zou hebben afgewezen.

Tegenwoordig zien wij dat soennieten samen met Shia’s de geboortedag van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ vieren (tv‑uitzending van Nederlandse Islamitische Omroep (NIO) d.d. zondag 29‑4‑2007). Zij geloven ook dat Khomeini een volkomen islamitische eenheid tussen soennieten en Shia’s nastreefde en dat Khomeini de Grote Profeet van de islam Ḥazrat Mohammed ﷺ, de Khulafāʾ Rāshidīn (Ḥazrat Abu Bakr, Ḥazrat Umar, Ḥazrat Usmān en Ḥazrat Ali raḍiyAllāhu ʿanhum) en alle overige Sahāba (raḍiyAllāhu ʿanhum ajmaʿīn) respecteerde. Sommige soennieten zijn eveneens onder de indruk dat degene die soennieten en Shia’s uit elkaar probeert te houden door Khomeini als ‘Shayṭān’ wordt bestempeld.

Sinds Shia‑geleerden het houden van Milād en Urs‑bijeenkomsten ook onderschrijven, het voordragen van Salaam aan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, het bezoeken van begraafplaatsen, het lezen van Majālis gedurende Muḥarram, enzovoorts eveneens benadrukken, worden soennieten door lokale Iraanse religieuze beïnvloeders overtuigd dat er geen verschil is tussen de ʿaqāʾid (geloofsleer) van soennieten en Shia’s — vooral omdat Shia’s ook het geloof van Najdi en Wahhābī verwerpen. Op deze wijze zal het niet lang duren voordat de Shia‑leer een plaats heeft veroverd in de harten van onwetende soennieten.

U bent vanuit uw soennitische overtuiging verplicht te waken over uzelf, maar ook over uw geloofsgenoten van de Ahle Sunnah. Laat uw zwakke en onervaren soenniet‑broeder en zuster niet verstrikt raken in de theologische beïnvloeding van de Shia‑leer. Anders zal het de Shia‑predikers een snelle kans geven om de zwakke soenniet in hun overtuiging te trekken — en dat is de basis van taqiyyah, de strategische verborgenheid die in Shia‑bronnen wordt beschreven.

3 Wat is taqiyyah?

Taqiyyah betekent in de sjiitische doctrine het verbergen van de waarheid met als doel het misleiden van onwetende gelovigen in naam van de religie. In het Shia‑geloof wordt dit beschouwd als een bijzondere vorm van ibādah die een grote beloning waard is. In essentie gaat taqiyyah over het liegen en het valselijk misleiden van onwetende moslims om hen tot de Shia‑sekte te trekken. Daarom is het van eminent belang dat aan onwetende moslims (soennieten) duidelijk wordt gemaakt wat de geloofsartikelen van ‘imam Khomeini’ waren. Deze geloofsartikelen staan in twee boeken: Kashf-ul-Asrār en al‑Hukumat-ul-Islāmiyyah, beide geschreven door Khomeini. Uit deze boeken kunt u afleiden welke vorm van islam de Iraanse Shia’s propageren. Het zou voor onze kinderen goed zijn als wij de propaganda van de Shia’s in Nederland een halt kunnen toeroepen. Het zou goed zijn om hun overtuigingen te onthullen. Daarvoor hebben wij mondige, communicatieve en onbevreesde soennitische imams nodig.

Alhamdulillāh! Soennieten hebben dankzij de mufassir (uitleggers van de Heilige Qur’ān), de voorbeelden uit het leven van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, de geschiedenis van de Khulafāʾ‑e‑Rāshidīn en de Sahāba‑e‑Kirām (metgezellen van de Profeet), tablīgh (missionariswerk) en islamitische voorlichting bekendheid gegeven aan de ware islam in Nederland, maar wij zijn er nog niet.

De Shia’s houden hun eigen geloofsartikelen in gedachten, te weten:

  • De Heilige Qur’ān is in de huidige vorm muharraf (gewijzigd en incompleet).
  • De Khulafāʾ‑e‑Rāshidīn (de eerste drie kaliefen: Sayyidena Abu Bakr Ṣiddīq, Sayyidena Umar Farooq en Sayyidena Usmān Ghanī raḍiyAllāhu ʿanhum) worden gekenmerkt als zwak en zondig.

O soenniet, weet dat het beledigen van de vier rechtgeleide kaliefen en de overige metgezellen van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ wordt beschouwd als murtad of apostaat (iemand die uit de islam is getreden). Het is de verantwoordelijkheid van iedere soennitische moslim om elke vorm van valse overtuiging uit te wissen en de ware islam te propageren.

4 Shia-Aqā’id (ongeloof)

Onderstaand wordt een aantal geloofsartikelen van de Shia’s vermeld:

Naast het afleggen van de getuigenis van de Eenheid van Allah en het aanvaarden van het profeetschap van Rasūlullāh ﷺ, wordt volgens de Shia-leer ook het geloof in de Imāmat van de twaalf Imāms als een voorwaarde van Īmān beschouwd. Het is verplicht de Aʾimmah (meervoud van Imām) te volgen, zoals een moslim de Profeet Mohammed ﷺ dient te volgen.

Mutʿah (tijdelijk huwelijk) is volgens de Shia-leer niet alleen jāʾiz, maar ook een bron van grote sawāb (zegen). Het tijdelijke huwelijk binnen de Shia-gemeenschap is volgens de hier weergegeven opvatting niet gebonden aan dezelfde voorwaarden van nikāḥ zoals deze door de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zijn opgedragen. Het betreft een tijdelijk huwelijk tussen een man en een vrouw die gedurende een nacht, een week, een maand of een jaar met elkaar willen zijn.

In India is er een soennitische man (die voorheen Shia was) die het volgende vertelde:

“Het was een nacht waarin wij, Shia’s, in een huis waren. Mannen en vrouwen gingen met elkaar naar bed en het licht in het hele huis werd uitgedaan. Zo kon niemand meer zien wie met wie naar bed ging. Ik dacht: laat ik een stukje van de kleding afscheuren van de vrouw met wie ik in het pikdonkere huis seks had. Toen het ochtend was en ik naar huis ging, nam ik het stukje kleding mee. Thuis aangekomen zag ik dat mijn moeder ook thuiskwam en dat het stukje kleding dat ik van de vrouw had afgescheurd, van haar kleding afkomstig was. Ik schrok toen ik besefte dat ik met mijn eigen moeder seks had gehad. Spoedig ging ik naar een soennitische ʿĀlim (Schriftgeleerde) en vertelde hem deze gebeurtenis. Ik was zo van streek dat ik onmiddellijk taubah (vergiffenis aan Allah Ta’ālā) deed, mij tot de islam bekeerde en de Ahle Sunnah ging volgen.”

O soenniet, kunt u zich voorstellen wat voor soort afvalligen de Shia’s zijn? Deze perverse Shia’s zijn volgens deze tekst niets anders dan volgelingen van de satan.

De keten van het profeetschap is volgens deze opvatting niet compleet, maar stilgelegd in afwachting van de komst van Imāms van tijd tot tijd.

Van de Heilige Qurʾān zou volgens deze opvatting twee derde ontbreken. De Heilige Qurʾān die wij kennen, zou slechts één derde van de oorspronkelijke Qurʾān vertegenwoordigen.

De oorspronkelijke Heilige Qurʾān zou volgens deze opvatting de Qurʾān zijn die door Ḥazrat Ali (Imām-e-Ghayb) was samengesteld. Hij is de Imām die volgens deze opvatting in de toekomst zal terugkeren.

Taqiyyah is volgens deze voorstelling van de Shia-leer verplicht en vormt een Shia-praktijk om de waarheid te verbergen met als doel onwetende moslims te misleiden en hen in te wijden in het Shianisme.

Nadat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ deze wereld had verlaten, zouden volgens deze voorstelling slechts enkele Sahāba standvastig zijn gebleven in het verspreiden van de islam. De rest zou zijn teruggekeerd tot het afvallig zijn van de islam.

De vier Sahāba die volgens deze voorstelling door de Shia’s worden geaccepteerd, zijn:

  1. Ḥazrat Salmān Fārsī (raḍiyAllāhu ʿanhu);
  2. Ḥazrat Abū Dharr Gaffārī (raḍiyAllāhu ʿanhu);
  3. Ḥazrat Miqdād ibn Aswad (raḍiyAllāhu ʿanhu); en
  4. Ḥazrat ʿAmmār ibn Yāsir (raḍiyAllāhu ʿanhu).

Volgens de hier weergegeven opvatting is Imāmat de vijfde pijler van de islam en is het verwerpen of ontkennen hiervan kufr (ongeloof).

O soenniet, alle bovengenoemde geloofsovertuigingen van de Shia’s staan volgens deze tekst in direct conflict met de praktijken van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en het onderwijs van de Heilige Qurʾān. Het leven en karakter van de heilige Sahāba zijn volgens de tekst door zowel moslim- als niet-moslimhistorici (wetenschappers) als roemrijk bevestigd.

De vervormde inzichten over de Sahāba, zoals deze volgens de tekst door de Shia’s worden gepresenteerd, zouden in strijd zijn met de historische bewijzen over het leven van de metgezellen.

Shia’s geloven volgens deze voorstelling zonder enige terughoudendheid dat Sayyidunā Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu) de eerste kalief was. Zij verwerpen de khilāfat van Sayyidunā Abū Bakr Ṣiddīq (raḍiyAllāhu ʿanhu), Sayyidunā ʿUmar Fārūq (raḍiyAllāhu ʿanhu) en Sayyidunā ʿUthmān Ghanī (raḍiyAllāhu ʿanhu).

5 Ḥazrat Ali over Ḥazrat Abu Bakr en Ḥazrat Umar (raḍiyAllāhu ʿanhum ajmaʿīn)

Ālāḥazrat, Imām-e-Ahle Sunnat, Mujaddid-e-Aʿẓam (van de 14e eeuw A.H.), Imām Ahmad Raza Khan al-Qādrī (raḍiyAllāhu ʿanhu), schreef in zijn boek Ghāyatul-Taḥqīq fī Imāmat-il-ʿAlī aṣ-Ṣiddīq, waarin hij, onder verwijzing naar Ṣawāʿiq-ul-Muḥarriqah, vermeldt dat Imām Abul-Qāsim Ismāʿīl Muhammad ibn al-Faḍl al-Balkhī in zijn boek as-Sunnah verklaarde dat Imām Ibn Ḥajar al-Makkī rapporteerde dat ʿAlqamah (raḍiyAllāhu ʿanhu) het volgende verhaalde: “Ḥazrat Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu) werd eens geïnformeerd dat sommige mensen verklaarden dat zijn status hoger was dan die van de Shaikhayn, Ḥazrat Abu Bakr en Ḥazrat Umar (raḍiyAllāhu ʿanhuma)”. Onmiddellijk stond Ḥazrat Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu) op en ging op de minbar (kansel) staan. Hij prees eerst Allah Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ en zei vervolgens: “O mensen! Een bericht heeft mij bereikt dat enkele mensen mij een hogere status toekennen dan Abu Bakr en Umar (raḍiyAllāhu ʿanhuma). Had ik hierover niet reeds eerder een verklaring afgelegd? Als vanaf vandaag iemand dergelijke muftari (afvallige uitspraken) doet, waarbij Ḥazrat Abu Bakr en Ḥazrat Umar (raḍiyAllāhu ʿanhuma) worden vernederd, zal hij/zij worden gestraft met tachtig zweepslagen.”

Daarna zei Ḥazrat Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu): “Zonder enige twijfel is na Rasūlullāh ﷺ de meest excellente persoon binnen de Ummah Ḥazrat Abu Bakr, gevolgd door Ḥazrat Umar. Wie na hen de hoogste status heeft, weet Allah Ta’ālā het beste.”

ʿAlqamah verklaarde dat Sayyidunā Ḥasan Mujtabā (raḍiyAllāhu ʿanhu) in die bijeenkomst aanwezig was en opmerkte:

“Bij de Naam van Allah! Als hij (Ḥazrat Ali) een derde naam zou hebben genoemd na Ḥazrat Abu Bakr en Ḥazrat Umar, dan zou hij de naam van Ḥazrat ʿUthmān (raḍiyAllāhu ʿanhu) hebben genoemd.”

6 Behandelpunten uit het boek Kashf-ul-Asrār van Khomeini

“Uit de voorbeelden die ik (Khomeini) heb aangehaald, blijkt dat Ḥazrat Abu Bakr en Ḥazrat Umar niet hebben gehandeld conform de Heilige Qurʾān. Het was geen verrassing dat deze mensen zich op deze wijze onder de moslims gedroegen. De moslims (Sahāba-e-Kirām) waren eveneens uit een dergelijke groep voortgekomen, in die zin dat zij deel uitmaakten van dezelfde groep als Abu Bakr en Umar, of dezelfde intenties hadden om aan de regeringsmacht te komen.”

“Als zij (de moslims) hen (Abu Bakr en Umar) niet steunden, dan stond het vast dat zij niet de moed hadden om te spreken tegen degenen die zich slecht gedroegen jegens Rasūlullāh ﷺ en Zijn geliefde dochter, Ḥazrat Fāṭimah (raḍiyAllāhu anha).”

“Kortom, zelfs als in de Heilige Qurʾān in duidelijke bewoordingen de opvolging van Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu) als kalief zou zijn vermeld, dan nog zouden zij hun intenties niet veranderen. Zelfs op bevel van Allah zouden zij hun streven naar de regeringstroon niet opgeven.”

7 De status van Imāmat in het Shia‑geloof

Khomeini schrijft in zijn boek: “In onze firqah (sekte), bezien vanuit de noodzakelijke en fundamentele geloofsovertuigingen, is een van de essentiële geloofspilaren dat onze Imāms de engelen hebben overtroffen en zelfs de aangewezen Boodschappers.” (al‑Hukūmatul Islāmiyyah, p. 52)

8 Mut’ah (tijdelijke huwelijk voor seks)

Khomeini schrijft in het hoofdstuk Kitāb un‑Nikāh van zijn boek Taḥrīr al‑Wasīlah dat Mut’ah toegestaan is met een overspelige vrouw, en dat het zelfs karāhat (gewenst of noodzakelijk) kan zijn wanneer het om een prostituee gaat.

9 Shia’s haat jegens soennieten

In zijn misvatting dat hij de leider van de moslimwereld was, heeft Khomeini onmiddellijk na de revolutie, vooral om populairder te worden onder de moslims, op een vraag over de kwestie van Shia en soenniet gezegd: “Ik smeek Allah om de moslims tot elkaar te brengen op grond van de Kalimah. De onnodige verschillen tussen Shia- en soennitische broeders zijn veroorzaakt door een groep internationale criminelen. Onze broeders moeten beseffen dat wij allemaal moslims zijn en volgelingen van de Qurʾān. Wij moeten geen onnodige verschillen koesteren. Moge Allah ons in wederzijdse eenheid verenigen.” Ruhollah Khomeini, Qom, Iran, 27 maart 1979.

Deze verklaring werd door Khomeini afgelegd als antwoord aan een zekere Maulana Yusuf van Jamaat-e-Islamiyya Hind, die Khomeini in Qom (Iran) interviewde over de verschillen tussen Shia en soennieten. Dit interview en het antwoord verschenen in de Urdu- en Perzische taal (helaas niet transparant genoeg) in de Ramadan Annual, Durban, editie juli/augustus 1979, op bladzijde 116. Deze verklaring werd eerst gepubliceerd in Radiance Views Weekly van New Delhi, India.

Hoewel iemand zou kunnen denken dat er niets mis is met Khomeini’s verklaring, willen wij u een andere kijk geven op deze “grote valse wereldleider” en laten zien hoe “tolerant” hij in zijn geloofsovertuiging jegens soennieten en anderen zou zijn, wanneer hij een boek prijst waarin de volgende verklaring staat: “Wanneer Mahdi (ʿalayhis-salām) verschijnt, zal hij met de soennieten en hun Ulema (schriftgeleerden) onderhandelen voordat hij met de Kuffār (ongelovigen) onderhandelt, en hij zal hen (de soennieten en hun Ulema) vermoorden.” Haqqul Yaqeen, Allāma Bāqir Majlisī, bladzijde 139.

Dit is hetzelfde boek dat Khomeini in zijn Kashful Asrār prijst en waarvan hij mensen heeft aangemoedigd het te lezen. Volgens deze tekst is dit in feite een van de hoekstenen van het Shia-geloof. Als Khomeini zegt dat het verschil tussen Shia en soennieten het werk is van internationale criminelen, hoe komt het dan dat hij de verklaring van Allāma Bāqir Majlisī onderschrijft en prijst, waarin wordt gesteld dat Imām Mahdi eerst de soennieten zal vermoorden alvorens hij met de Kuffār gaat onderhandelen?

10 Wat hebben de grote heiligen en schriftgeleerden over de Shia gezegd betreffende de weigering van het geloof?

Imām-e-Rabbānī, Shaykh Ahmad Sirhindī, Mujaddid Alf-e-Thānī (raḍiyAllāhu ʿanhu), die ongeveer 400 jaar geleden leefde, heeft in verschillende van zijn brieven uitvoerig over de Shia’s en hun sekte geschreven. Hij bevestigt het kalifaat van Ḥazrat Abu Bakr Ṣiddīq (raḍiyAllāhu ʿanhu).

In zijn beroemde boek Radd-e-Rawāfi schrijft hij: “Ḥazrat Ali (raḍiyAllāhu ʿanhu) accepteerde vrijwillig het kalifaat van Ḥazrat Abu Bakr Ṣiddīq (raḍiyAllāhu ʿanhu). De Shia’s, die dit feit kenden, zeiden: ‘Hij gaf het onvrijwillig toe.’” De Shia’s hebben hier verder geen enkel commentaar op gegeven.

Een van de grootste spirituele gidsen van de Ṣūfiyyah-e-ʿAlawiyyah, Ghaus-e-Aʿẓam, Sayyid ʿAbdul Qādir Jīlānī (raḍiyAllāhu ʿanhu), schrijft in zijn boek Ghunyat-ut-Ṭālibīn:

“Ḥazrat Abu Bakr Ṣiddīq (raḍiyAllāhu ʿanhu), de Khalīfa, werd met instemming van de Muhājirīn en Ansār als volgt gekozen: Toen Rasūlullāh ﷺ deze wereld verliet, zeiden de Ansār-e-Kirām: ‘Laat een Amīr uit ons midden worden gekozen.’ Ḥazrat Umar (raḍiyAllāhu ʿanhu) stond op en zei: ‘O Ansār! Zijn jullie vergeten hoe Rasūlullāh ﷺ Ḥazrat Abu Bakr heeft aangewezen als de Imām van mijn Sahāba?’”

11 Een hint aan de moslimjongeren

De moslimjeugd is rusteloos geworden door hun ergernis over het zien van de val van de vijanden van de islam en de opkomst van de islamitische macht. Uit liefde voor de islam zijn zij eenvoudigweg geneigd zich achter de Iraanse Revolutie en Khomeini te scharen.

Nu het Shia-geloof bekend is geworden, dienen moslims ver uit de buurt te blijven van deze ontspoorde (gumrāh) sekte, die probeert haar valse Īmān te beschermen.

Met betrekking tot deze sekte heeft de Mujaddid van de 14e eeuw, Ālāḥazrat Ash-Shah Imām Ahmad Raza al-Qādrī (raḍiyAllāhu ʿanhu), in zijn Fatāwā geschreven dat deze sekte, de Shia’s en Rawāfiḍ, uit de islam zijn getreden (Millat-e-Islāmiyyah) en ongelovigen zijn geworden. Fatāwā Razviyya, deel 6, bladzijde 25.

Geraadpleegd

  1. Al Ṣawāʿiq Muḥriqa van Imam Ibn Ḥajar Makkī (raḍiyAllāhu ʿanhu)
  2. Ghuayatut Taḥqīq Fī Imāmat Aliyyil wa Siddiqui van Mujaddid Imam Ahmed Raza Khan (raḍiyAllāhu ʿanhu)
  3. Islam aur Khomeini Madhhab van Maulana Badr-ul Qādrī
  4. Izalatul Khifa A’n Khilāfat Khulafāʾ van Sheikh Abdul Ḥaqq Muḥaddith-e-Delhwi (raḍiyAllāhu ʿanhu)
  5. Naam Nihat Islāmī Inqilaab van Maulana Mufti Sayyed Sa ‘adat Ali Qādrī
  6. Tohfaa Ithnaa Ashʿariyya van Sheikh Abdul Aziz Muḥaddith-e-Delhwi (raḍiyAllāhu ʿanhu)
  7. Radd-e-Rafadhah van Ḥazrat Mujaddid Al-Fisānī Sirhindī (raḍiyAllāhu ʿanhu)
  8. Radd-e-Rufadhaa van Mujaddid Imam Ahmed Raza Khan (raḍiyAllāhu ʿanhu)