1. Inleiding

Sheikh Abdur‑Rahman ibn Yusuf legt uit dat `Ilm al‑Hadīth de wetenschap is die zich bezighoudt met het systematisch bestuderen en verifiëren van de overleveringen van de Profeet Mohammed ﷺ (Ibn al‑Ṣalāḥ, 1986). Wat precies onder Hadīth valt, wordt later besproken, maar het is essentieel te erkennen dat de Hadīth‑wetenschap behoort tot de primaire religieuze disciplines binnen de klassieke ʿUloom (al‑Nawawī, 2003).

Tot deze primaire wetenschappen behoren onder andere:

  • Uṣool al‑Qur’ān — beginselen van de Heilige Qur’ān (al‑Suyūṭī, 1974)
  • Uṣool al‑Hadīth — beginselen van de Hadīth (Ibn al‑Ṣalāḥ, 1986)
  • Lughah — Arabische taal, inclusief balāghah en fasāha (Ibn Jinnī, 1952)
  • Uṣool al‑Fiqh — beginselen van de fiqh (al‑Shāfiʿī, 1980)

Hoewel de Hadīth‑wetenschap onafhankelijk staat van de Qur’ān‑wetenschap, is zij tegelijkertijd onmisbaar voor een correct begrip van de Heilige Qur’ān (al‑Baghdādī, 1989).

2. De noodzaak van de Hadīth

In elke tijd zijn er mensen geweest die de noodzaak van de Hadīth in twijfel trokken. Qur’ānieten beweren dat de Hadīth irrelevant is en dat de Qur’ān alleen volstaat. Deze claim is echter onhoudbaar en staat haaks op de duidelijke aanwijzingen van de Heilige Qur’ān zelf (Brown, 2009).

2.1. De Profeet ﷺ als leraar van Boek én Wijsheid

يَتْلُواْ عَلَيْهِمْ آيَٰتِكَ وَيُعَلِّمُهُمُ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ

(Heer, doe onder hen een boodschapper opstaan, die hun Uw tekenen zal verkondigen en hen het Boek en de Wijsheid zal verklaren en hen zal louteren. Voorzeker, U bent de Almachtige, de Alwijze.) Surah al‑Baqarah (de koe), H2, vers129. Allāh Ta’ālā maakt duidelijk dat de Profeet ﷺ zowel het Boek als de Wijsheid onderwijst — een verwijzing naar de Hadīth (al‑Ṭabarī, 1992).

2.2. De Profeet ﷺ als bindende autoriteit

 مَّآ أَفَآءَ ٱللَّهُ عَلَىٰ رَسُولِهِ مِنْ أَهْلِ ٱلْقُرَىٰ فَلِلَّهِ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِي ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَامَىٰ وَٱلْمَسَاكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ كَيْ لاَ يَكُونَ دُولَةً بَيْنَ ٱلأَغْنِيَآءِ مِنكُمْ وَمَآ آتَاكُمُ ٱلرَّسُولُ فَخُذُوهُ وَمَا نَهَاكُمْ عَنْهُ فَٱنتَهُواْ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ

(Wat Allāh aan Zijn boodschapper heeft gegeven als buit van het volk van de stadsgebieden, is voor Allāh en Zijn boodschapper en voor de naaste familieleden en de wezen en de armen en de reiziger, opdat het niet alleen in omloop moge zijn tussen de rijken onder u. En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreest Allāh, zeker, Allāh is streng in het straffen.) Surah al‑Ḥashr (de bijeenkomst), H59, vers 7. Dit vers bevestigt dat de uitspraken en bevelen van de Profeet ﷺ bindend zijn voor de gelovigen (Ibn Kathīr, 1999).

2.3. Geen volledig geloof zonder acceptatie van zijn oordeel

 فَلاَ وَرَبِّكَ لاَ يُؤْمِنُونَ حَتَّىٰ يُحَكِّمُوكَ فِيمَا شَجَرَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ لاَ يَجِدُواْ فِيۤ أَنْفُسِهِمْ حَرَجاً مِّمَّا قَضَيْتَ وَيُسَلِّمُواْ تَسْلِيماً

(Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen.) Surah al‑Nisā’ (de vrouwen), H4, vers 65. De Qur’ān stelt dat geloof incompleet is zonder volledige acceptatie van het oordeel van de Profeet ﷺ (al‑Qurṭubī, 1967).

2.4. Gehoorzaamheid aan Allāh én Zijn boodschapper

يَا أَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ أَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُواْ ٱلرَّسُولَ وَأُوْلِي ٱلأَمْرِ مِنْكُمْ فَإِن تَنَازَعْتُمْ فِي شَيْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى ٱللَّهِ وَٱلرَّسُولِ إِن كُنْتُمْ تُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلآخِرِ ذٰلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلاً

(O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allāh en Zijn boodschapper en degenen, die onder u gezag hebben. En indien gij over iets twist, verwijst het naar Allāh en Zijn boodschapper, als gij gelooft in Allāh en de laatste Dag. Dit is beter en uiteindelijk het beste.) Surah al‑Nisā’ (de vrouwen), H4, vers 59. Gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ is een religieuze verplichting (Ibn Kathīr, 1999).

3. Waarom een Boodschapper?

Het is theologisch onhoudbaar te beweren dat de Profeet ﷺ niets aan de religie heeft toegevoegd. De Qur’ān werd niet in één keer neergezonden, maar via een leraar, rechter en voorbeeld — de Profeet ﷺ (al‑Suyūṭī, 1974). Zijn leven vormt een praktische uitleg van de Qur’ān (Ibn Ḥajar, 2002).

4. Terminologie binnen de Hadīth‑wetenschap

4.1. Linguïstische betekenis van Hadīth

Linguïstisch betekent Hadīth: mededeling, bericht of verhaal (Ibn Manṣūr, 1955).

4.2. Technische betekenis binnen de Hadīth‑wetenschap

Technisch gezien omvat Hadīth:

  • uitspraken van de Profeet ﷺ
  • zijn daden
  • zijn stilzwijgende goedkeuringen (taqrīr)
  • beschrijvingen van zijn uiterlijke kenmerken

Deze categorie wordt uitgebreid behandeld in al‑Shamāʾil al‑Muḥammadiyyah (al‑Tirmidhī, 1975).

4.3. Het woord Hadīth in de Qur’ān

Allāh Ta’ālā noemt de Qur’ān:

Surah az‑Zumar, H39:23 De Qur’ān wordt aangeduid als ahsan al‑ḥadīth — de beste verkondiging (al‑Ṭabarī, 1992).

Hij waarschuwt eveneens:

Surah al‑Qalam, H68:44 Hier verwijst ḥadīth naar een goddelijke verkondiging (Ibn Kathīr, 1999).

5. Conclusie

De wetenschap van de Hadīth vormt een onmisbare pijler binnen de islamitische traditie. Zij verduidelijkt de Qur’ān, legt de religieuze praktijk uit en bewaart de woorden, daden en goedkeuringen van de Profeet Mohammed ﷺ (Ibn al‑Ṣalāḥ, 1986; al‑Baghdādī, 1989). Zonder Hadīth is de religie incompleet; zonder de Profeet ﷺ is de Qur’ān niet volledig te begrijpen (Brown, 2009).