Ga naar de inhoud
Basiskennis Marketing Les 11 Distributie
Basiskennis Marketing
0% afgerond
Basiskennis Marketing
Studenteninformatie
Video - 00:00 minuten
Studievaardigheden
Video - 00:00 minuten
Les 1 Marketing
Video - 00:00:00 minuten
Les 2 Marketingmanagement
Video - 00:00:00 minuten
Les 3 Markt en vraag
Video - 00:00:00 minuten
Les 4 Consumentengedrag
Video - 00:00:00 minuten
Les 5 Koop beïnvloedende factoren
Video - 00:00 minuten
Les 6 Marktonderzoek
Video - 00:00:00 minuten
Les 7 Kostprijs en budget
Video - 00:00:00 minuten
Les 8 Winst
Video - 00:00:00 minuten
Les 9 Product
Video - 00:00:00 minuten
Les 10 Prijsbeleid
Video - 00:00:00 minuten
Les 11 Distributie
Video - 00:00 minuten
Les 12 Communicatie
Video - 00:00 minuten
Les 13 Diensten en direct marketing
Video - 00:00 minuten
Les 14 Detailhandel
Video - 00:00 minuten
Les 15 Marketing volgens Sharīʿah principes
Lezing
Online Examen kan bestaan uit openvragen, meerkeuzevragen, casussen en inzichtvragen. Het weergegeven examencijfer is nog niet definitief wanneer het examen ook openvragen bevat. Deze worden eerst handmatig nagekeken door de docent of examinator. Pas na deze beoordeling wordt het definitieve eindcijfer vastgesteld en zichtbaar gemaakt in het studiepuntenoverzicht.
Quiz
Mededelingen Cursus informatie
 

1. Inleiding

Distributie vormt de schakel tussen producent en consument. Het bepaalt hoe producten en diensten de markt bereiken, via welke kanalen, met welke intensiteit en met welke partners. Een goed distributiebeleid zorgt ervoor dat producten op het juiste moment, op de juiste plaats en in de juiste hoeveelheid beschikbaar zijn. In deze les onderzoeken we de verschillende distributiekanalen, push‑ en pullstrategieën, kanaalconflicten, distributie‑intensiteit, groothandelsvormen en distributiekengetallen. Samen geven deze elementen inzicht in hoe organisaties hun producten effectief kunnen verspreiden en hun marktpositie kunnen versterken.

2. Distributiekanalen

Een distributiekanaal (ook wel verkoopkanaal of afzetkanaal) is het pad dat een product of dienst aflegt van producent naar eindgebruiker. Het beschrijft hoe het product uiteindelijk de consument bereikt.

  1. Directe distributie

De aanbieder levert rechtstreeks aan de consument, via eigen winkels of online platforms. Voorbeelden: “IKEA, HEMA en H&M, die enkel via hun eigen site en winkels verkopen.”

Voordelen:

  • Hoger servicelevel: volledige controle over de klantbeleving.
  • Klantinzichten: direct inzicht in koopgedrag en voorkeuren.
  • Concepten testen: vrijheid om nieuwe ideeën uit te proberen.
  • Informatiecontrole: zelf bepalen hoe communicatie verloopt.
  1. Indirecte distributie

Tussenpersonen zoals groothandels, retailers of distributeurs spelen een rol. Voorbeelden: supermarkten, weekmarkten, bioscopen.

Voordelen:

  • Groter bereik: toegang tot een breder publiek.
  • Kostenbesparing: geen eigen distributienetwerk nodig.
  • Expertise: tussenpersonen kennen hun markt en klanten.

3. Push- en pullstrategie

Push-strategie

De aanbieder richt zich op retailers en tussenhandel. Doel: het product naar de consument duwen door beschikbaarheid te vergroten.

Voorbeelden: telemarketing, kortingsacties.

Pull-strategie

De aanbieder richt zich rechtstreeks op de consument. Doel: vraag creëren, zodat consumenten zelf naar het product vragen.

Voorbeelden: reclamecampagnes, social media, samples.

Push + Pull samen

Moderne marketing combineert beide strategieën. Voorbeeld: tv‑commercials (push) + retailerkorting (pull).

4. Kanaalconflicten

Een kanaalconflict ontstaat wanneer partijen binnen hetzelfde distributiekanaal onenigheid hebben. Zoals je document aangeeft: “Dit principe wordt ook wel free riding genoemd.”

Voorbeeld: Een fabrikant verkoopt online, terwijl fysieke winkels het product ook aanbieden. Gevolg: spanning, omzetverlies bij winkels, verwarring bij klanten.

Oplossing: Een mix van fysieke en online kanalen, zoals Office Depot: “Klanten kunnen online bestellen, maar ook zien welke producten op voorraad zijn in nabijgelegen winkels.”

5. Distributie-intensiteit

Distributie-intensiteit beschrijft hoe breed een product wordt verspreid.

  1. Intensieve distributie

Product is op zoveel mogelijk plaatsen verkrijgbaar. Voorbeeld: voedingsmiddelen, routinematige producten.

  1. Selectieve distributie

Product wordt verkocht via een beperkt aantal geselecteerde winkels. Voorbeeld: wasmachines, elektronica.

  1. Exclusieve distributie

Slechts één dealer in een groot gebied. Voorbeeld: luxe automerken.

6. Groothandelsvormen

De groothandel is een belangrijke schakel in productieketens.

Uit jouw document: “In 2018 behoorde 7% van de bedrijven in het Nederlandse bedrijfsleven tot de groothandel.” “In termen van omzet was de groothandel in 2016 zelfs de grootste bedrijfstak.”

Kenmerken:

  • Hoge omzet, relatief lage toegevoegde waarde.
  • Belangrijke rol als intermediair bij export.
  • Schakel tussen producenten en internationale markten.

7. Distributiekengetallen

Distributiekengetallen meten hoe een product wordt verspreid en hoe het presteert bij verkooppunten.

  1. Numerieke distributie

Percentage verkooppunten dat het merk voert.

  1. Selectie-indicator

Vergelijking tussen omzet van winkels die het merk voeren en alle verkooppunten.

Als de uitkomst > 1 is, zijn de winkels gemiddeld groter.

  1. Gewogen distributie

Omzet van winkels die het merk voeren als percentage van totale omzet van het product.

  1. Gemiddeld omzetaandeel

Marktaandeel van het merk binnen de winkels die het voeren.

  1. Marktaandeel

Zoals in jouw document: “Marktaandeel = numerieke distributie × selectie-indicator × gemiddeld omzetaandeel.”

Producenten kunnen hun marktaandeel vergroten door:

  • numerieke distributie te verhogen
  • selectie-indicator te verbeteren
  • gemiddeld omzetaandeel te vergroten
 
 
VorigeVolgende
Translate »
error: Inhoud is beschermd !!
1
WhatsApp
Welkom, waar kunnen wij u mee van dienst zijn? Wij reageren binnen 48 uur op uw bericht.
Chat openen